Welke flex op welke ondergrond?

Welke flex op welke ondergrond?

Flexfolie is niet zomaar bruikbaar op eender welke ondergrond. Daarom is het belangrijk om altijd op voorhand na te kijken wat de samenstelling van het artikel dat je wilt bedrukken is en of dit kan met het merk of type folie dat je wilt gebruiken.

Standaard Flexfolie

De ‘standaard’ flexfolie is vrijwel bij alle merken geschikt voor katoen en/of polyester. Over het algemeen kan je er dus van uit gaan dat je flexfolie voor deze ondergronden geschikt is als er geen speciale toepassing vermeld wordt. In onze webshop verkopen we Siser flexfolie en hierbij is de standaard PS film, de Glitter, de flockfolie, electric en de foil dus geschikt voor katoenen en/of polyesteren ondergronden.

De meeste gewone artikelen zoals tasjes, t-shirts, rugzakken,… zijn 100% katoen, 100% polyester of een samenstelling van beide en zijn dus perfect te bedrukken met gewone folie. Ook de meeste voetbalshirts zijn van polyester en kan je dus bijvoorbeeld met gewone flexfolie bedrukken.

Stretch flex

Een variant op de gewone flexfolie, is de stretch flex. Hij is gewoon bruikbaar op dezelfde ondergronden, maar is wat rekbaarder. Voor artikelen die wat meer moeten kunnen meerekken of bewegen, kan het al eens handig zijn om de stretch folie te gebruiken.

Waterafstotende stoffen en nylon

Nylon of stoffen met een waterafstotende laag bedrukken (denk regenjasjes of stretchy sportkleding bijvoorbeeld), is een ander verhaal. De lijmlaag voorzien op de gewone flexfolies zal simpelweg niet hechten op deze ondergronden en je print zal er dan ook gewoon weer af te pellen zijn. Soms hecht de folie aanvankelijk een beetje, maar dan nog zal hij na een wasbeurt al snel weer loskomen.

Voor deze ondergronden zal je dus een folie met andere samenstelling moeten gebruiken. De specifieke folie hiervoor van Siser is de PS film Extra, maar vrijwel elk merk heeft een folie die uitdrukkelijk voor moeilijke en/of waterafstotende ondergronden bedoeld is.

Hittegevoelige ondergrond

Soms heb je zo’n werkje waarbij de print op een ondergrond moet komen die je niet zomaar 15 seconden onder pers wilt duwen aan 150°C… Zo hebben we eens drijfvesten voor een SUP-club bedrukt. Dat soort vestjes haalt zijn drijfkracht uit de luchtige foam die erin zit. Die mocht uiteraard niet samensmelten… Of wat denk je van opblaasbare nekkussentjes met reclameprint. Je plaatst de reclame er op als de kussens niet opgeblazen zijn, maar de voorzijde mag uiteraard niet aan de achterkant smelten; anders kan je ze natuurlijk niet meer opblazen!

Speciaal voor dit soort werkjes is er folie die op een lagere temperatuur geperst kan worden (meestal 120°C) en maar een 5-tal seconden nodig heeft. Daartegenover staat wel dat deze folie over het algemeen een hogere druk vraagt bij het persen en je dus echt wel over een transferpers moet beschikken.

Blockout

De naam ‘blockout’ zegt je misschien niet meteen iets, maar het resultaat van het niet gebruiken van blockout folie vast wel. Heb je wel eens een witte print op een rood polyesteren item gezet en gemerkt dat je print enige tijd later niet meer mooi wit is? Dat komt omdat sommige polyesteren ondergronden de neiging hebben om wat pigment te gaan afgeven aan de folie die je erop geperst hebt. De verf gaat uitlopen om het eenvoudig te stellen dus. Om dat te voorkomen, kan je een speciale flexfolie gaan gebruiken waarbij een niet-doorlatende laag tussen de kleur van de flexfolie en de lijmlaag zit.

Deze zogenaamde blockout of Subli-stop is bij de meeste merken verkrijgbaar in voornamelijk lichte kleuren, aangezien het probleem zich enkel voordoet bij een lichte kleur op een felle of donkere ondergrond.

Waarom komt mijn flexfolie los?

Verdorie! Een leuk design gemaakt op een shirtje en na een keertje wassen blijkt het los te komen. Waarom is de flexfolie niet goed gehecht en wat kan je doen om dat voortaan te voorkomen?

Basisregels voor het persen van flexfolie

Er zijn verschillende redenen waarom flexfolie kan loskomen. Daarom kijken we in de eerste plaats best even naar de basisregels en het ‘recept’ van de fabrikant. Meestal is dit een combinatie tussen een bepaalde hoeveelheid druk, een bepaalde temperatuur en een vaste tijd.

Regel nummer 1 om zeker te zijn van een goede bevestiging is dan ook bij voorkeur om te werken met een transferpers. Zonder een pers zal je altijd enkel maar kunnen inschatten of je druk correct is en of de folie echt overal netjes de gevraagde temperatuur voor de nodige tijd heeft gehad.

Regel 2 is dat je uiteraard bij elk materiaal wel even moet bekijken wat de verwerkingsvoorschriften zijn! Zo zijn er folies die je niet warmer dan 135°C hoeft te persen, of die speciaal gemaakt zijn voor snelle bevestiging in enkele seconden. Maar omgekeerd zijn er ook merken die aanraden om hun flexfolie op 160°C te persen in de plaats van de meest voorkomende 150°C. Leef je deze voorschriften niet na, dan kan je eindigen met verbrande folie of net met folie waarbij de lijmlaag niet voldoende gesmolten is geweest en dus ook niet goed gehecht zal zijn.

Ook de druk is heel belangrijk. Het is de bedoeling dat de folie goed in het textiel geperst wordt en er niet losjes bovenop geplakt/gestreken wordt. Soms zijn er ook extra moeilijkheidjes zoals opliggende knopen of naden die er voor kunnen zorgen dat de druk niet overal even goed verdeeld kan worden. Je kunt een dubbelgevouwen badhanddoek of speciale perskussens gebruiken om zo’n euvels te vermijden.

 

Hoe zorgen dat de flex goed gehecht is?

We gaan er van uit dat je flex wel mooi blijft zitten als je de drager verwijdert. Is dat niet het geval, dan is het design sowieso niet goed bevestigd! Best kijk je al voor het persen even na hoe strak de pers aansluit met het artikel ertussen en stel desnoods nog even wat bij, zo voorkom je al heel wat mogelijke problemen. Pers ook altijd je artikel enkele seconden voor zodat het vocht uit de stof is.

De makkelijkste tip om een goed gehecht design te herkennen is bekijken of je het reliëf van de stof een beetje in de flexfolie gedrukt ziet staan na het persen. In dat geval is de folie goed in de vezel gedrukt geweest en onder voldoende druk verlijmd. Bij standaard flexfolie op een makkelijke ondergrond zoals katoen, is dit vrij eenvoudig. Je hoeft geen schrik te hebben voor een smeltende ondergrond of het veroorzaken van zichtbaar blijvend vak waar je drager gelegen heeft en kunt dus gewoon de volle 15 seconden in één keer persen op 150°C (in het geval van standaard Siser Flex) en met een medium druk. Daarna haal je de drager weg en klaar.

Lastiger kan het zijn als je artikelen wilt bedrukken die gevoeliger zijn voor hitte en waarbij je niet zomaar 15 seconden in één keer kunt persen. Neem bijvoorbeeld een polyesteren rugzakje waar je een naam op wilt drukken. Polyester smelt makkelijk en vaak blijf je ook de rand van de drager in de ondergrond gedrukt zien staan. Zo’n ‘vak’ rondom de naam uiteraard niet de bedoeling! Een veel voorkomende fout is dat je korter gaat persen om het artikel zeker niet te verbranden. Hierdoor is de folie vaak niet voldoende met de ondergrond versmolten en ga je inderdaad mogelijk afpellende flexfolie krijgen nadat je rugzakje een paar keer gebruikt is geweest.

Hetzelfde probleem als het hittegevoelige rugzakje stelt zich eigenlijk ook als je meerdere lagen flex over elkaar wilt gaan gebruiken. Je zou laag 1 15 seconden kunnen persen, maar als je daarna laag 2 en laag 3 nog eens daarover perst, heeft de eerste laag in het totaal wel 45 seconden hitte gehad… en dat is te veel.

In beide gevallen ga je seconden optellen zodat de laag die moet hechten met het textiel in elk geval 15 seconden heeft gehad. In het geval van het rugzakje zou je dan eerst 5 seconden persen met drager nog over het design. Dit is voldoende om de folie al te laten hechten zodat je de drager kunt weghalen. Daarna leg je er een teflonpapier of bakpapier over en pers je de overige 10 seconden; of zelfs 2x 5 seconden als je echt bezorgd bent dat de ondergrond anders zal smelten. Voor meerdere lagen doe je eigenlijk net hetzelfde. Je legt laag 1 neer & perst enkele seconden. Haal de drager weg en leg laag 2 op de juiste plaats erover. Je perst weer een paar seconden en doet weer net hetzelfde. De laatste keer pers je dan het totaal aantal resterende seconden met een teflon- of – bakpapier over het hele design.

Moeilijke gevallen

Tja… er zijn altijd uitzonderingen op de regels! Zo hou je er best rekening mee dat je geen andere folie over dikke glitterfolie heen kunt persen bijvoorbeeld. En ook de ondergrond kan er voor zorgen dat je folie niet hecht. Gewone folies zijn steeds voor polyester en katoenen weefsels geschikt. Voor nylon zul je dus speciaal andere folie moeten gebruiken.

Heb je dus een idee waarin meerdere soorten folie verwerkt zitten, of wil je een niet standaard product gaan bedrukken met flex: test het even op een reservestuk of bereid je er op voor dat het mogelijk niet van de eerste keer goed is. Ook de wasbaarheid testen van zo’n out of the box creaties voor je iets weggeeft of verkoopt is altijd een goed idee!